Je bent pas 67… en toch heb je hulp nodig
Rob Korver (67) zit aan de eettafel. Naast hem staat zijn zuurstofapparaat zacht te zoemen. Zijn vrouw Carla schenkt de koffie in. Ze kijken elkaar even aan en glimlachen. “Als je me ziet”, zegt Rob, “denk je: dat is een gezonde vent. Maar als ik ga praten, hoor je het meteen.” Twee jaar geleden verandert hun leven plots als Rob een klaplong krijgt. Dat moment brengt hen in contact met Avoord AanHuis.
Rob leeft al twintig jaar met COPD en longemfyseem. Zijn longfunctie is nog maar vierentwintig tot vijfentwintig procent. Een kwart van wat normaal is. “Mijn longblaasjes doen niet veel meer”, zegt hij. “Een klein blokje lopen lukt al niet.”
‘Douchen werd een uitputtingsslag’
Zelfs douchen kost hem enorm veel energie. “Het klinkt zo simpel”, zegt Carla. “Maar het werd echt een uitputtingsslag.” Via de wijkverpleegkundige vragen ze hulp. Twee keer per week komt een medewerker van Avoord AanHuis langs om Rob te helpen met wassen en afdrogen. “In het begin moest ik wennen”, geeft Rob toe. “Je bent pas 65, dan denk je: dit is toch voor mensen van 85?” Carla knikt. “Dat dacht ik ook. Maar achteraf blijkt dat helemaal niet zo te zijn. We zijn zó blij dat we om hulp gevraagd hebben.”
Mantelzorger, maar niet alleen
Carla is mantelzorger. Ze doet veel, heel veel, maar ze heeft zelf artrose in haar handen. “Ik kan niet alles meer”, zegt ze eerlijk. “Een scootmobiel inklappen gaat net, maar ik mag mezelf ook niet overbelasten.” Ze merkt dat het zwaar wordt. Toch vindt ze het moeilijk om hulp te vragen. “Je voelt je nog jong. Je denkt: we moeten dit zelf kunnen.”
Nu kijkt ze daar anders naar. “Zet je verlegenheid opzij”, zegt ze beslist. “Vraag gewoon wat er mogelijk is. De wijkverpleegkundige kan goed inschatten wat nodig is en wij wisten eerst ook niet wat Avoord allemaal doet.”
Rust, heel veel rust
Wat de zorg aan huis vooral brengt? Rust. “Het idee dat ze er zijn”, zegt Rob, “en dat ze kunnen opschalen als het nodig is. Dat geeft enorm veel rust.” Als Rob griep heeft of verkouden is, moeten ze extra voorzichtig zijn. “Anders krijg ik er zo een longontsteking achteraan.” De medewerkers van Avoord helpen niet alleen met wassen. Ze geven ook de griepprik. Ze houden zijn medicatie in de gaten, zoals de bloedverdunners voor zijn hart. En ze nemen altijd even de tijd voor een praatje.
“Ze komen binnen, gaan eerst even zitten”, vertelt Carla. “Dat is zó fijn. Dat hoort er ook bij.” Sinds de zorg aan huis is gestart, heeft Rob geen longontsteking meer gehad. “Dat zegt genoeg,” zegt hij rustig.
Het leven stopt niet
Ondanks alles blijven Rob en Carla genieten. Festivals, braderieën, muziek in de zomer, reggae in een tentje, rocken in Wouw. “Als er iets leuks is, gaan we er naartoe,” zegt Rob. “Wel alles met de scootmobiel. In de supermarkt loop ik nog mee, dan stop ik steeds om te rusten. Dat zijn mijn conditietrainingen.” Carla lacht. “Ik laad alles in de auto. Dat kost werk, maar we doen het gewoon.” Ze hebben een vast vakantieadres in Friesland, ook daar regelen ze de zorg. “Gaan we een weekje weg? Dan gebruik ik natte washandjes. Het is allemaal aangepast, maar het kan wél.”
Samen zoeken naar oplossingen
Avoord kijkt verder dan alleen zorgmomenten. De wijkverpleegkundige schakelt een ergotherapeut in en die kijkt mee in huis. “Staat alles op de juiste hoogte in de keuken? Kun je overal goed bij?”, vertelt Carla. Op vakantie bij Landal blijkt het bovenste keukenkastje nét te hoog. “Gelukkig was er bij de Aldi een opstapje in de aanbieding”, zegt ze lachend. “Die hebben we veel gebruikt.” Er komt een traplift, zodat Rob boven bij zijn hobby’s kan. Zijn computers bijvoorbeeld. Carla’s naaimachine staat er ook en een hometrainer om te oefenen. “We hebben geleerd om goed voor onszelf te zorgen”, zegt Rob. “En Avoord helpt daar enorm bij.”
‘Wacht niet te lang’
Rob en Carla willen één boodschap meegeven. “Wacht niet te lang”, zegt Carla. “Ook niet als je denkt dat je er te jong voor bent.” Rob vult aan: “Verdiep je in wat er mogelijk is. Wij hadden geen idee, maar Avoord is er gewoon. Voor mensen zoals wij.” Hij leunt achterover. Het zuurstofapparaat zoemt rustig door. “Mijn hersenen werken nog prima,” zegt hij met een knipoog. “Alleen mijn longen werken niet meer zoals vroeger.” En dus doen ze het samen, met elkaar en met Avoord AanHuis.