Als het lukt, dan ga ik fluitend naar huis
“Mijn passie is mijn werk”, zegt Jos trots en even valt er een stilte. Alsof hij zelf nog moet wennen aan het idee dat het straks stopt. Veertig jaar Avoord, veertig jaar collega’s, vragen, oplossingen en dagelijkse routines. Hoe neem je afscheid van een plek die voelt als je tweede thuis?
Wie Jos kent, weet dat hij niet snel opgeeft. Kom je met een vraag, dan gaat hij zoeken. Net zo lang tot hij iets vindt. Dat kan een bestelling zijn die nergens meer leverbaar lijkt, of een oplossing waar anderen al op zijn stukgelopen.
Juist dát moment geeft hem energie. “Als het lukt”, zegt Jos met een glimlach, “dan ga ik fluitend naar huis.” Het zegt veel over hoe hij in zijn werk staat. Niet het probleem, maar de oplossing staat centraal. Jos wil ontzorgen. “Daarom zit ik hier echt op mijn plek”, legt hij uit. “De zorg moet door, daar draait alles om.”
‘De warmte was anders’
Als hij terugdenkt aan zijn eerste werkdag, verschijnt er meteen een lach op zijn gezicht. “Ik weet het nog precies.” Het is 1 juli 1986. Jos is 27 jaar en begint zijn carrière in het oude Sint-Elisabethshuis. Zijn werkplek? Een magazijn in de kelder, onder de rioleringsbuizen. “Toen mocht dat nog”, zegt hij lachend. Alles is klein en overzichtelijk. De lijnen zijn kort. Je kent bewoners persoonlijk, soms al van vroeger. Voor Jos, geboren en getogen in Etten, voelt het vertrouwd. Maar die nabijheid raakt hem ook. Als een bewoner overlijdt die hij goed kent, neemt hij dat mee naar huis.
In de jaren daarna verandert er veel. Avoord groeit. Er komen nieuwe locaties, nieuwe structuren en grotere teams. Het oude Sint-Elisabethshuis verdwijnt en maakt plaats voor Het Anbarg. “De gezelligheid van toen is met de sloper meegegaan”, zegt hij eerlijk. “De warmte was anders.” Toch blijft Jos. Niet omdat alles hetzelfde blijft, maar juist omdat de organisatie blijft ontwikkelen. Hij groeit mee, van magazijn naar logistiek en later naar een rol binnen de bestelservice. Overal waar hij werkt, bouwt hij mee. Hij krijgt de ruimte om dingen op zijn manier in te richten en dat vertrouwen betaalt hij terug met inzet en betrokkenheid.
Altijd blijven meebewegen
Wat hem al die jaren bij Avoord houdt, is eigenlijk heel simpel. “Het zorgen voor én het echt houden van mijn werk”, zegt hij. Maar daar zit meer achter. Hij voelt zich gezien, gesteund en gewaardeerd. “Als je vertrouwen krijgt van je leidinggevende, ga je vanzelf harder werken en dat motiveert.”
Die houding zie je ook terug in hoe hij met collega’s omgaat. Op kantoor zit hij met een team van acht mensen. Als hij iets hoort dat niet klopt, mengt hij zich in het gesprek. Niet om iemand af te vallen, maar om te helpen. “Dan zeg ik: hebben jullie hieraan gedacht?” En dat werkt, want collega’s waarderen het. Net zoals hij het waardeert als zij hem helpen. “We zijn echt een leuk team. We zorgen voor elkaar.”
De zwaarste periode
Toch zijn niet alle herinneringen licht. Als het gesprek op corona komt, verandert zijn blik. “Dat was de zwarte vlek in mijn veertig jaar.” Dag en nacht is hij bezig om mondmaskers en beschermingsmiddelen te regelen. Hij zoekt, belt en speurt internet af. Hij weet dat de spullen er zijn, ergens. Maar hij krijgt ze niet op tijd op de juiste plek.
Voor iemand die altijd wil oplossen, voelt dat machteloos. “Je wil de zorg helpen, maar dat lukt niet en dat is verschrikkelijk.” Gelukkig staat hij er niet alleen voor. Collega’s zoeken mee en managers begrijpen de situatie. Samen proberen ze er het beste van te maken.
Afscheid dat raakt
Nu het pensioen dichterbij komt, voelt Jos dat het anders wordt. Het is een dubbel gevoel. Soms denkt hij: het is een fijn idee dat ik straks meer vrijheid heb. Maar zodra hij binnenloopt op kantoor, is dat gevoel meteen weg, dan heeft hij er weer zin in. “En straks is dat er niet meer”, zegt hij zacht. “Daar zie ik tegenop.” Zijn ogen worden vochtig. Het is geen werk dat hij achterlaat. Het zijn mensen, een fijne plek en een ritme.
Toch kijkt hij ook vooruit. Naar de zomer die begint in juni en naar de tijd met zijn vrouw. Naar zijn kinderen en bijna drie kleinkinderen. “Ons leven is zo mooi, compleet”, zegt hij.
Jos laat zien dat Avoord meer is dan werk. Dat het een plek kan zijn waar je hoort, waar je groeit en waar je blijft. Veertig jaar lang. En als het even kan… ga je dan fluitend naar huis.