Werkt al 32 jaar met hart en ziel voor Avoord

De zorg is veranderd, maar mijn liefde voor de zorg niet

In een tijd waarin de zorg razendsnel verandert, is er iets dat altijd bleef bij Avoord: Anja. Terwijl onze organisatie dit jaar haar 25-jarig jubileum viert, gaat Anja al 32 jaar met dezelfde liefde voor het vak op pad. Van bejaardenhuis tot thuiszorg, van verandering naar verandering. Anja’s verhaal laat zien wat echte betrokkenheid betekent, in mooie én moeilijke tijden.

“Mijn eerste werkdag was een schok”, vertelt Anja lachend als ze terugblikt op veertig jaar werken in de zorg. “Er kwam zoveel op me af. Ik kwam net van school, dacht alles te weten, maar eigenlijk wist ik nog zo weinig. Zorgverleners deden destijds álles voor de cliënten. Je ging mee naar ziekenhuisbezoeken, opnames, noem maar op. Ik stond soms zelfs in de dokterskamer urine op kweek te zetten.” Ze vervolgt: “Ik kan een encyclopedie schrijven over hoe de zorg veranderd is en wat ik allemaal heb meegemaakt in de afgelopen veertig jaar.”

Grote veranderingen in het zorglandschap

Inmiddels werkt Anja alweer 32 jaar met plezier voor Avoord. In die eerste jaren zag de zorgwereld er nog behoorlijk anders uit dan nu. “Zelfredzaamheid van de cliënten zat nog totaal niet in ons systeem. Wij deden alles voor ze, zelfs voor het meest simpele dingetje als een propje oprapen werd er gealarmeerd. Nu werken we als het ware met onze handen op de rug: wij bieden nu alleen ondersteuning bij wat zelf niet meer lukt. Niet omdat we ze niet willen helpen, maar omdat we inzien dat zelfredzaamheid goed doet. Door mensen meer zelf te laten doen, blijven ze zelfstandiger en houden ze meer regie over hun leven. Een mooie bijkomstigheid hiervan is dat het ons zorgpersoneel ontlast.”

Als je Anja vraagt wat er het meest veranderd is in de ouderenzorg, hoeft ze niet lang na te denken. “Vroeger kwamen mensen in een bejaardenhuis wonen omdat ze dachten: dan zit ik alvast maar, handig voor later. Soms zonder dat ze al echt hulp nodig hadden. Nu is dat ondenkbaar. Toen in 2013 de verzorgingshuizen werden afgeschaft en in 2015 de participatiewet kwam, ging alles in een stroomversnelling. Het was een enorme omslag voor ons. De zorg kwam meer te liggen bij gemeenten (wmo) en de zorgverzekering (zvw). Mensen moesten nu echt langer thuis blijven wonen. Zelfredzaamheid werd een groot thema, ook binnen Avoord.” 

Meer oog voor de zorgverlener

Het werk in de zorg veranderde voor Anja in die tijd sneller dan ooit. Waar ze vroeger met vijf collega’s zorgde voor negentien bewoners, stond ze later met twee collega’s op zesentwintig bewoners. “Mijn eerste jaren in de zorg heb ik mijn rug echt verkloot”, vertelt ze eerlijk. “Soms tilde je in je eentje een cliënt in bad. Dat is nu ondenkbaar, daar zijn later veel strengere regels voor gekomen. Hoewel er meer verantwoordelijkheid op onze schouders terechtkomt, is er ook meer oog gekomen voor de zorgverlener. Dat is een positieve ontwikkeling.”

Thuiszorg: vrijheid, vertrouwen en verantwoordelijkheid

Inmiddels zit Anja helemaal op haar plek in de thuiszorg. “De vrijheid die thuiszorg me geeft, vind ik fantastisch. Je hebt je route langs de huizen, maar hoe je die doet bepaal je zelf. Je bent alleen, je weet nooit wat je aantreft. Dat maakt het voor sommige mensen misschien spannend, maar ik ga juist goed op die volledige verantwoordelijkheid. Een hele wijk voelt dan als ‘mijn verantwoording’. Dat geeft mij een heerlijk gevoel.”

Nu werkt ze vooral avonden, drie tot vier keer per week. En nog steeds gaat ze met plezier op pad. “Je komt bij mensen thuis, in hun eigen omgeving. Soms in een huis dat lijkt alsof het sinds de oorlog niet meer is aangeraakt, soms in een prachtig modern appartement. Je ziet zoveel verschillende levens. Dat vind ik bijzonder. Mensen vertellen mij dingen waarmee ze hun kinderen niet willen belasten. Dat vind ik mooi.”

Werkgeluk zit in kleine momenten

Waar ze haar werkgeluk uit haalt? “Uit wat mensen teruggeven. De waardering. Écht iets kunnen betekenen voor iemand.” Ze glimlacht. “Ik ben een zorgmens in hart en nieren. En dat zorghart zie ik nu al terug bij mijn kleindochter van vier. Ik ben ervan overtuigd dat zij mijn opvolger is in de zorg. Ze helpt graag, kleedt poppen aan… dat zorgen zit erin, zie ik nu al. Ik herken mezelf in haar.” 

In 32 jaar zorg heeft Anja talloze mensen in haar hart gesloten. Mooie momenten, grappige momenten, maar ook verdrietige. Ze vertelt lachend over een bewoner met dementie: “Hij zei ooit over zijn vrouw die haar kunstgebit ergens had laten liggen: ‘Als ik háár tanden ook in doe, dan heb ik pas een mond vol tanden.’ Hij was zó gevat, en gek genoeg bleef hij dat met zijn dementie. Ik kon zo met hem lachen.” 

Maar Anja deelt ook graag het eerlijke verhaal. Werken in de zorg voelt dankbaar, maar is soms ook pittig. Een zware periode was voor haar de coronatijd. “Ik was 55 en was door alles wat er gebeurde behoorlijk bang. Maar wij als zorgverleners moesten door, terwijl ondertussen ons personeel met bosjes uitviel. Testen kwamen pas veel later. En toen moesten ook nog alle deuren dicht van de overheid. Bewoners zaten drie maanden opgesloten. Dat was onmenselijk. Veel bewoners hebben daar psychisch ontzettend veel last van gehad. Zo’n tijd vergeet je nooit meer.”

Leren, aanpassen, doorgaan

Anja is niet iemand die stil blijft staan. Toen in 2016 VZ-diploma’s verouderd bleken, aarzelde ze geen seconde. “Ik wil alles zelf kunnen. Dus ik zat meteen weer in de schoolbanken om opnieuw mijn diploma Verzorgende IG te halen. Na 30 jaar weer leerling zijn was wennen, maar óók heel leuk. Op mijn vijftigste mocht ik mezelf Verzorgende IG noemen.” Ze omschrijft het werken in de zorg nu intensiever dan vroeger, maar vindt het een positieve ontwikkeling dat er meer hulpmiddelen zijn en meer aandacht voor het welzijn van zorgprofessionals. “Dat maakt ons werk lichamelijk beter vol te houden.”

Op de vraag wat Avoord tot een fijne werkgever maakt, is Anja duidelijk: “Avoord voelt voor mij als mijn tweede thuis. Ik ben helemaal één met de organisatie. Nooit heb ik gedacht om weg te gaan. Zolang ik mijn voldoening nog steeds ervaar, zit ik op mijn plek bij Avoord. De laatste jaren doet de organisatie nog meer zijn best om waardering uit te spreken. Die waardering is heel fijn.”

Voor de toekomst van de ouderenzorg

Over de toekomst van de ouderenzorg denkt Anja met een dubbel gevoel na. “Het is spannend”, concludeert ze. “Over vijf jaar gaat zo’n 37% van het zorgpersoneel met pensioen. Er komt een enorme last op de schouders van de samenleving. We moeten samen zorgen. Als iemand zorg nodig heeft, is de vraag: wat kan de cliënt zelf nog, wat kan familie doen? Pas daarna komen wij, de zorg.” Aan jonge collega’s wil ze meegeven dat zorg geen baan is, maar een roeping. “Je moet echt een hart hebben voor dit vak. Als je dat hebt, is dit werk fantastisch!”