Werken in de zorg is onze roeping
Wilma van Gurp en Marijke Brood hebben de organisatie zien groeien en veranderen. In dit verhaal halen we herinneringen op, staan we stil bij de veranderingen en vertellen ze waarom zij al 45 jaar in de zorg werken.
“Mijn eerste werkdag was heel speciaal. Ik begon als zestienjarig meisje en het was allemaal best spannend. Een paar familieleden werkte bij al Avoord, wat je veel zag toen der tijd. Het was fijn dat zij mij al een beetje opvingen. Je liep namelijk al snel alleen avonddiensten. Als je iemand nodig had, kon je de zuster wel bellen, maar dat was het dan”, vertelt Marijke.
Wilma vervolgt: “Ik was negentien toen ik bij Avoord begon. Wij vielen onder de hoofdzuster. Zij regelde alles en was best streng. Als je zelf een beetje rebels bent op je 19e dan moet je wel een beetje schipperen van wat wel en niet kan”, zegt Wilma lachend. “Maar ik vond werken in de zorg heel interessant. Je moest namelijk een schort en panty’s aan, je geslaagd-speldje op pinnen en je haren netjes omhoog. Ook keek je op tegen de oudere collega’s, want zij mochten al meer”.
Herinneringen ophalen
Marijke was Helpende en in het jaar 2000 begon zij een opleiding tot Verzorgende IG. “Het was zo’n andere tijd: de patiënt stond voorop en moest op zijn wenken bediend worden. Tegenwoordig heb je het over cliënten en staat zelfredzaamheid voorop. En dat zijn hele goede veranderingen vind ik. Wat je je ook niet meer kunt voorstellen: vroeger rookte we met zijn allen op de afdeling, niet waar de cliënten bij waren, maar iedereen had sigaretten in zijn schort. Wilma knikt instemmend met haar hoofd en lacht: “Weet je nog!”
Wilma begon als ziekenverzorgende en is nu Eerst Verantwoordelijke Verzorgende. “Mijn werkzaamheden waren bijvoorbeeld rolstoelen soppen, schoenen poetsen, brood smeren en pillen klaarzetten.
Wist je dat vroeger alle medicijnen in de medicijnkast in potjes op alfabetische volgorde stonden? Je mocht niet met je vingers in de potjes om de pillen te pakken dus je moest alle pillen met een lepeltje eruit halen. Dat was altijd zo’n gepriegel.”
“En dan ging je alle cliënten langs met je dienblaadje vol medicijnen. Tegenwoordig werken we met baxterrollen en zijn alle medicijnen al verpakt in een zakje. Veel handiger!”, vertelt Marijke.
Marijke: “Ik voelde me ook altijd echt verbonden met het team. Ik heb hele leuke herinneringen. Mijn collega had grijs haar en zij wilde haar haar wel eens verven. “Nou dan doen we dat toch”, zei ik. En zodoende, de volgende dag hadden we haar haar in de verf gezet op de afdeling. Niet veel later kwam de hoofdzuster controleren of de plantjes voldoende water hadden gehad, terwijl mijn collega nog met haar haar in de verf zat.” Wilma en Marijke moeten er weer heel hard om lachen.
De zorg verandert mee
Wilma: “Er zijn veel dingen beter geworden. Zo ben ik erg blij met de hulpmiddelen van nu, zoals tilliften. Het was altijd erg zwaar om een bewoner naar het toilet te helpen. De bedden en incontinentiemateriaal zijn ook verbeterd, wat heel fijn is.
“De diensten veranderen ook mee. Vroeger had je wel eens twee diensten op één dag. In de middag had je dan 2 à 3 uur pauze. Je ging dan samen met collega’s eten in het restaurant en daarna ging je weer aan het werk. Tegenwoordig wordt er meer rekening gehouden met je wensen en dat is fijn.”
Marijke: “Het steeds meer digitaliseren vind ik ook een goede verandering. Vroeger schreven we de rapportages met de hand, want er was nog geen computer, laptop of mobiele telefoon. Iedere dienst had een eigen kleur pen. Zo was de blauwe kleur pen voor de dagdienst, de groene kleur voor de avonddienst en de rode kleur voor de nachtdienst. En zo wist iedereen wie wat had geschreven in de rapportages.”
Familie en naasten zijn meer betrokken
De band met de familie en de naasten is ook met de jaren veranderd. Wel positief zo vinden Marijke en Wilma: “De band met de families is sterker geworden. Vroeger deden wij alles voor de cliënten en liet de familie alles los. Nu zetten we in op zelfredzaamheid en betrekken we de familie meer. Zij kunnen meelezen met de rapportages en helpen ook steeds meer mee met het verzorgen van de bewoner.”
Werken in de zorg is een roeping
“Ik heb het altijd naar mijn zin gehad”, zegt Wilma. “Ik gaf altijd heel veel om de band met mijn collega’s en om samen iets te betekenen voor de zieke medemens.” Marijke sluit zich daarbij aan: “Werken in de zorg is een roeping. Je zorgt voor mensen in hun laatste levensfase en daar wil je nog iets moois van maken. En dat doen we na 45 jaar nog steeds, met heel veel liefde.”